Campagne tegen vrouwenbesnijdenis boekt terreinwinst

 Volgens Nafissatoe J. Diop, coördinator van de gemeenschappelijke campagne, worden in verschillende landen overwinningen geboekt. In Ethiopië is het aantal meisjes dat nog besneden wordt van 80 naar 74 procent gedaald en in Kenia van 32 naar 27 procent. "Maar er is nog altijd een hoop werk te doen", zegt ze.

Het gemeenschappelijke initiatief, dat gestart werd in 2008, is erop gericht om hele gemeenschappen te overhalen om de praktijk af te zweren. Daarbij wordt omzichtig omgegaan met plaatselijke normen en waarden en ingezet op dialoog en sociale netwerken om de praktijk binnen één generatie uit te bannen. Onder meer in Ethiopië, Egypte, Kenia, Senegal, Gambia en Somalië konden op die manier gemeenschappen overtuigd worden om vrouwenbesnijdenis af te zweren.

Gevaarlijk

De wetenschappelijke term voor de vrouwenbesnijdenis is Female Genital Mutilation or Circumcision (FGM/C) en slaat op elke verwijdering van een deel van de vrouwelijke genitaliën om culturele of andere niet-medische redenen. De praktijk gaat vaak gepaard met enorme pijn, bloedingen, infectie, onvruchtbaarheid en soms de dood.

Volgens Diop komt de praktijk vooral voor in 28 landen in Afrika en West-Azië. "Maar ook in landen of streken als Maleisië en Koerdistan, en landen met een grote migrantenpopulatie", zegt ze. "Het is niet beperkt tot een bepaalde religie."

"We weten niet precies op welke schaal FGM/C toegepast wordt of hoeveel gemeenschappen de praktijk uitoefenen", zegt Diop. "Maar we weten wel dat in Afrika alleen tot drie miljoen meisjes per jaar besneden worden".

dinsdag 8 februari 2011