Een Arabische Lente voor Nigeria?

De Arabische lente is van wereldhistorisch belang. Ze wordt dan ook druk besproken in de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara. De vraag ligt voor de hand: zal de Arabische lente het Afrikaanse continent volledig in zijn greep krijgen? We bekijken hier de stand van zaken in Nigeria dat aan de hectische vooravond staat van presidentiële verkiezingen in april.   Bron:   Ondertussen in West-Afrika
 
"Een grote revolutie is nooit de fout van het volk, maar van de regering".
(Goethe)

De Arabische revolutie is in Hegeliaanse zin een wereldhistorische gebeurtenis. Wat we in Tunesië, Egypte, Libië en ook in Bahrein, Jordanië, Jemen en Marokko zien gebeuren, zijn processen van vrijheidsverwerkelijking. De prachtige beelden van miljoenen manifestanten die met hun vrijheidsleuzen volharden in de strijd bevestigen dat. Er bestaat weliswaar geen garantie dat de volksopstanden in andere Arabische landen zullen slagen zoals in Tunesië en Egypte. Het blijft ook onduidelijk hoe de zaken er verder zullen evolueren. De wereldhistorische impact van de Arabische revolutie kan door contrarevolutionaire krachten nog altijd terug worden uitgewist. Maar het onmetelijke krachtenspel van het volk doet zijn werk en het politieke landschap in de Arabische wereld zal hoe dan ook grondig door elkaar worden geschud.

De Arabische revolutie heeft ook zijn wereldhistorische individuen. Grote leiders zijn nog niet opgestaan. Maar de daden van individuele helden zoals Mohamed Bouazizi, Wael Ghonim, Mohammed Sneid, Amira Al Hussaini, Tawakkol Karman hebben onmiskenbaar bijgedragen tot de revolutionaire uitbarsting. Hun daden werden voorbereid door de jarenlange onvrede en frustraties van de nationale gemeenschap van hun land. Hen behoort niets toe. Maar de moed van deze helden en heldinnen krijgen weldra een waardevolle plek in de annalen van de Arabische revolutie. De Arabische revolutie is er ook niet gekomen als een donderslag bij heldere hemel. De Arabische volkeren komen in de naam van vrijheid en democratie in opstand tegen de onderdrukkingssystemen van dictators en koningshuizen. Binnen de context van de globalisering verzetten ze zich tevens tegen de aanhoudende economische malaise, veroorzaakt door de wereldwijde economische crisis van 2008.

De Arabische volkeren schrijven dus met revolutionaire daadkracht wereldgeschiedenis. De Arabische revolutie zou bovendien geen wereldhistorische betekenis verdienen als het immense, hoopvolle karakter ervan ook niet het bewustzijn van volkeren van andere kapitalistische landen buiten de Arabische wereld aantast. Een revolutie is echter een lastig exportproduct. Alleen al binnen de Arabische wereld verloopt dat blijkbaar nog veel te moeizaam. De context is dan ook telkens verschillend. Elk land heeft zijn eigen economische, culturele en politieke geschiedenis. Buiten de Arabische wereld worden die verschillen alleen groter.

 "De Arabische revolutie zou bovendien geen wereldhistorische betekenis verdienen als het immense, hoopvolle karakter ervan ook niet het bewustzijn van volkeren van andere kapitalistische landen buiten de Arabische wereld aantast."

Het is niettemin een schitterend tafereel om te zien hoe bijvoorbeeld demonstranten in de Amerikaanse deelstaat Wisconsin in hun protest volharden en rondlopen met leuzen als ‘Mubarak for Governor’ of ‘Hitler + Mubarak = Scott Walker’. Men kan er alleen hoopvol van worden. De vraag die ons hier nu bezighoudt is of de Arabische lente kan uitgroeien tot een Afrikaanse revolutie – een heuse continentale revolutie dus. We beperken ons hier tot Nigeria.

Nigeria is het belangrijkste land in de West-Afrikaanse regio. Het is na Zuid-Afrika en Egypte de sterkste economie op het continent. Nigeria is de nr. 7 op de wereldranglijst van olieproducerende landen. Van een populatie van 150 miljoen is de helft moslim. De globalisering van de Islam kent in het Noorden van Nigeria ook een hobbelig parcours, met hier en daar weerzinwekkende afwijkingen. De sociale ellende kent er al lang geen grenzen meer. Het politieke landschap is vergeven van schaamteloze corruptie en monsterlijke intriges. Het ‘Abuja leiderschap’ blinkt uit in het brutaal onderdrukken van talrijke verzetshaarden. Kortom, de objectieve factoren zijn aanwezig voor een revolutionaire harmattan.

Een revolutionair scenario, met in de hoofdrol de meerderheid van de sterk verarmde bevolking die in opstand komt? Het is de natte droom geweest van Fela Kuti, een laatste wensdroom voor Chinua Achebe en Wole Soniyka, een nieuw wervelende verhaallijn voor Ben Okri of Chimanda Ngozi Adichi, een retourticket voor de Nigeriaanse diaspora en vooral een ontwrichtend momentum van wereldhistorisch belang voor alle Afrikaanse volkeren ten zuiden van de Sahara. Zou het?

De talrijke problemen waar Nigeria gebukt onder gaat, snijden natuurlijk veel dieper in de sociale weefsels dan in Tunesië of Egypte… en dan drukken we ons nog zacht uit. Maar Nigeria is nu eenmaal geen Arabisch land en een revolutie blijft er voorlopig een verre toekomstdroom. Wie de huidige verzetshaarden in het Noorden van Nigeria en in de Nigerdelta van naderbij bekijkt of in de grootstedelijke sloppenwijken van ellende de weg kwijtspeelt, kan alsnog nog tot hoopvolle verwachtingen komen. Maar wie de politiek-economische geschiedenis van Nigeria vanaf de olieboom eind jaren ‘70 onder de loep neemt, zal met afgrijzen vaststellen dat uitbuiting, corruptie, abjecte armoede en religieus obscurantisme zijn uitgegroeid tot een wrang cultureel uithangbord van Nigeria. Het is een ongemakkelijke waarheid waar men moeilijk om heen kan.

Maar niets is onmogelijk - alleen slechts onwaarschijnlijk. Niets blijft evenmin het hetzelfde – alles is in voortdurende verandering. In zijn aanbevelenswaardig boek over de staat van Afrika geeft de Britse journalist Richard Dowden zijn hoofdstuk over Nigeria dan ook de veelzeggende titel: ‘wereld opgepast!’. Maar opgepast, Dowdens boek is niet de zoveelste bijdrage aan de westerse volharding in duistere beeldvorming over Afrika. De doorgewinterde Afrikajournalist heeft het eerder over de spectaculaire economische groeicijfers van Nigeria en de vaststelling dat je in een cybercafé in Lagos je vergeten portefeuille kan terugkrijgen zonder dat er geld of bankkaarten uit zijn verdwenen. (1) Is er dan toch hoop?

Laten we ons negatief oordeel even opschorten en inzoomen op het Nigeriaanse debat zelf. De presidentiële verkiezingen in april naderen, de gemoederen geraken overal verhit. Het staat quasi vast dat deze verkiezingen opnieuw gepaard zullen gaan met electoraal geweld en massale stembusvervalsing. Zal het Nigeriaanse volk dit opnieuw kunnen accepteren? We bekijken eerst hoe Nigeriaanse politici erover denken.

De gedoodverfde kandidaat voor de komende presidentiële verkiezingen, huidig president Jonathan Goodluck heeft zich nog niet uitgelaten over de Arabische revolutie. Hij blijft vrolijk oproepen dat geloofwaardige en transparante verkiezingen mogelijk zijn. Het is precies een verkeerde geluidopname dat telkens opnieuw wordt afgespeeld bij beelden van demonstraties van gewillige stemmers in Abeokuta in de Ogun deelstaat, de politieke moord op Modu Fannami Gubio in Maiduguri in de Borno deelstaat, de bomaanslag tijdens een verkiezingswedloop in Suleja in de Niger deelstaat, enzovoort. Maar de Arabische revolutie stroomt als het wassende water van de Niger door het devote Nigeriaanse bewustzijn.

 "Het is precies een verkeerde geluidopname dat telkens opnieuw wordt afgespeeld bij beelden van demonstraties van gewillige stemmers in Abeokuta in de Ogun deelstaat, de politieke moord op Modu Fannami Gubio in Maiduguri in de Borno deelstaat, de bomaanslag tijdens een verkiezingswedloop in Suleja in de Niger deelstaat, enzovoort."

De Nigeriaanse krant Weekly Trust meldt op 19 februari dat tijdens een februaribezoek van een Duitse parlementsdelegatie aan het nationale raadsgebouw in hoofdstad Abuja voorzitter Dimeji Bankole heeft verklaard dat Nigeria niet te maken zal krijgen met een revolte à la Tunesië of Egypte. Hoewel de Nigeriaanse overheid klaarstaat om dergelijke revolte op te vangen, is hij ervan overtuigd dat zoiets niet kan plaatsvinden in een land dat kan terugkijken op de succesvolle transitie van een militair dictatuur naar een democratisch verkozen leiderschap in 1999.(2) Wat Bankole bedoelt met ‘klaarstaan voor dergelijke revolutie’ blijft onduidelijk. Maar het klinkt alvast niet welwillend. Mallam (hausa voor islamitisch geleerde- ndvr.) Lamido Sanusi, de gouverneur van de Centrale Bank van Nigeria staat als schatbewaarder van het kapitalisme uiteraard niet te wachten op een revolutie, maar waarvoor hij wel vreest.

Tijdens een congres aan de universiteit van Nsukka stelde hij dat zolang het Nigeriaans leiderschap geen gebruik maakt van zijn vaste bronnen hetzelfde revolutionaire lot staat te wachten als in Tunesië, Egypte en Libië. In gevleugelde bewoordingen stelt hij wanhopig vast dat “we olie en gas hebben en toch importeren we energie. We beschikken over veel land en toch importeren we voedsel. We hebben veel maniok en toch importeren we zetmeel. We hebben veel katoen en toch importeren we textiel. We hebben huid en leer en toch importeren we schoenen uit China.” (3) Sanusi wil geen revolutie, maar wel verandering dus. Is verandering wel voldoende om de verwoestijning van de politieke wil en het drama van de fantoomcratie te bestrijden?

"we hebben olie en gas en toch importeren we energie. We beschikken over veel land en toch importeren we voedsel. We hebben veel maniok en toch importeren we zetmeel. We hebben veel katoen en toch importeren we textiel. We hebben huid en leer en toch importeren we schoenen uit China."

Politici van weleer mogen ook hun zeg doen. De voormalige gouverneur van de deelstaat Lagos Alhaji Lateef Jakande vertelt aan de Daily Triumph dat een revolutie in Nigeria onwaarschijnlijk is. Volgens hem “zijn we te ver gegaan in het democratiseren van ons leiderschap, zodanig dat alleen een heel slechte man, slecht in alle opzichten van de wereld met een revolutie kan afkomen.” Nigerianen hebben volgens hem bovendien al lang hun situatie aanvaardt en onderwerpen zich niet snel aan één of andere vorm van uitbuiting. Hij voegt er ten slotte aan toe dat in Nigeria religie geen rol speelt op het politieke schouwtoneel.(4) Jakande heeft tijdens het eerste burgerlijk regime van Alhaji Shehu Shagari (1097-1983) veel goede zaken verricht in Lagos. Maar wat bedoelt hij met ‘Nigerianen hebben al lang hun situatie aanvaardt’? Het is wel duidelijk dat deze man beter vrede neemt met zijn pensioen.

Een ander politicus uit die tijd, Muhammadu Buhari waarschuwt wel voor een revolutie. Generaal Buhari wierp het regime van Shagari omver en installeerde terug een militair regime – wellicht één van de beste regimes die Nigeria heeft gekend. Als de regerende People’s Democratic Party opnieuw de verkiezingen wint, dan moet er een revolutie komen, zegt deze regelrechte ‘nachtmerrie’ voor corrupte politici van groot kaliber. Volgens Buhari behoren het land en haar bronnen aan de bevolking toe en moet er dringend een einde gesteld worden aan staatszaken te beschouwen als iets persoonlijk.(5) Buhari heeft zich voor zijn partij the Congress for Progressive Change opgeworpen als presidentskandidaat.

"Managementconsulent Kayode Oluwa hekelt het ‘disfunctionele, wanordelijke, dwaze politieke systeem , het sociale onevenwicht en de economische slavernij’

In Nigeriaanse kranten en de rijkelijk gevulde blogwereld wordt er ook stevig gedebatteerd over de impact van de Arabische lente. We werpen er slechts een blik op. Managementconsulent Kayode Oluwa hekelt het ‘disfunctionele, wanordelijke, dwaze politieke systeem, het sociale onevenwicht en de economische slavernij’. Volgens hem is verandering, wanneer de tijd er rijp voor is, een natuurlijk gegeven… en the time is now. Hij ondersteund zijn vertrouwde kosmologisch inzicht met een citaat van de Amerikaanse journaliste Geil Sheehy: “als we niet veranderen, dan groeien we niet. Als we niet groeien, dan leven we niet echt.” Sheehy staat bekend voor haar boeken over de levenscycli en een biografie van Hilary Clinton.

“als we niet veranderen, dan groeien we niet. Als we niet groeien, dan leven we niet echt.” 

Wie volgens Oluwa denkt dat in Nigeria geen revolutie mogelijk is, gelooft abusievelijk dat Nigerianen te “dociel, slaperig en zelfvoldaan zijn om een volkse opstand te initiëren.” Alles blijft mogelijk en broodnodig. Oluwa verwijst daarbij ook naar de woelige periode in 1993 toen het Nigeriaanse volk in opstand kwam tegen de annulering van de presidentiële verkiezingsoverwinning van Chief M.K.O. Abiola. Maar, zo geeft hij toe, die volksopstand was niet zo groot als de huidige revoluties in Egypte en Tunesië.(6) Het resulteerde in de brutale machtsgreep van generaal Sani Abacha.

Nwokedi Nworisara die voor de The Nigerian Voice schrijft acht een Arabische lente voor Nigeria dan weer als iets onmogelijk. Volgens hem is Nigeria geen Islamitisch land, ook al is het land via “de smokkelweg lid geworden van de organisatie van Islamitische landen (OIC)”. In een merkwaardige schwung voegt hij eraan toe dat “Nigeria nog nooit dictators heeft gehad met extremistische ideeën. Het zal ook nooit zover kunnen komen. Nigeria is geen theocratie.” Nworisara gelooft enkel dat een revolutie mogelijk is als Nigeria een echte natie wordt en iedereen kan genieten van een opleiding en de informatie door heel het land stroomt. (7)

Voor Tiko Emmanuel Okoye, die voor de Daily Independent schrijft, ligt het voor de hand dat de regerende politici overal zeggen dat de Arabische revolutie veraf ligt, terwijl de oppositie het wel mogelijk acht. Een gelijkaardige actie als die van de Tunesiër Mohamed Bouazizi zou volgens Okoye in Nigeria alleen kunnen rekenen op volkse bespottingen: heeft die man dan niets beter te doen met zijn leven? De Nigeriaanse regering rekent er natuurlijk op dat die dociele houding van de massa’s ongewijzigd blijft. Okoye stelt ook vast dat er onder het sterk etnisch en religieus gediversifieerd Nigeriaanse volk geen eenheid bestaat. Mocht er toch een volksopstand komen dan zullen het leger en speciale gevechtsmilities op betaling de wensen van hun broodheren bevredigen. Een Libische situatie is ook een denkbaar scenario voor Nigeria. Niettemin sluit Okoye zijn opiniestuk af met hoopvolle vraagtekens en citeert hij een veelzeggend aforisme van Goethe.(8)

"Mocht er toch een volksopstand komen dan zullen het leger en speciale gevechtsmilities op betaling de wensen van hun broodheren bevredigen. Een Libische situatie is ook een denkbaar scenario voor Nigeria."

Kort samengevat: de objectieve factoren voor een revolte zijn in Nigeria aanwezig. Maar de machtselite heeft geen baat bij een revolutie. De oppositie ziet een revolutie als een geschenk uit de woestijn, om de macht te grijpen. Wie verder graaft in de Nigeriaanse blogwereld en de commentaren bij krantenartikelen en op de facebookpagina's van Nigeriaanse politici afschuimt, zal vaststellen dat de Nigeriaanse bevolking besef heeft van de beklagenswaardige levensstandaard en zoals gewoonlijk de godsvruchtige hoop koestert op radicale verandering. Maar de middelen om een revolutionaire opstand mogelijk te maken ontbreken. Zo schrijft iemand in een commentaar op de uitspraken van Sanusi dat Nigeria gebukt gaat onder een crisis van de verbeelding. Tragisch genoeg blijkt een revolutie in Nigeria alleen mogelijk op betaling van rebellerende jeugd. Maar zeg nooit, nooit.

Bronnen
(1) Richard Dowden, De staat van Afrika, 2010,Omniboek, p 432-475
(2) Bankole: Arab revolution not possible in Nigeria: http://weekly.dailytrust.com
(3) North African revolution possible in Nigeria – Sanusi: http://www.punchng.com
(4) Arab revolutions unlikely in Nigeria, http://www.triumphnewspapers.org
(5) Buhari warns of Arab-style revolution in Nigeria: http://directory-nigeria.org
(6) Who says the Arab revolution cannot happen in Nigeria?: www.focusnigeria.com
(7) Why the Arab revolution may not apply to Nigeria: http://www.thenigerianvoice.com
(8)   North Africa: The Arab Revolt - Et Tu Nigeriana?: http://allafrica.com/stories/20110302047